Daantje doet onderzoek - aflevering 5
5 oktober 2025
5 oktober 2025
De genealogische dip. Elke hobbygenealoog heeft dit wel eens ervaren: de onderzoekslijnen lijken nergens toe te leiden, je stuit op niet-openbare bronnen of kan simpelweg niet genoeg vinden over een persoon om verder te zoeken. Wat doe je dan?
Zo was ik erg benieuwd naar mijn voormoeder Maria. Zij leefde rond 1900. Het verhaal ging dat zij in een gesticht was opgenomen nadat ze een zonnesteek had opgelopen. Dat laatste leek me sterk, dus wilde ik graag de ware reden van haar opname weten. Via haar overlijdensakte kon ik achterhalen dat zij was gestorven in Delft. Na wat zoeken vond ik de website van het Sint Joris Gasthuis, destijds het ‘krankzinnigengesticht’ van Delft. Het gasthuis is nu een museum en het archief wordt beheerd door Stadsarchief Delft. Patiëntendossiers worden pas na 100 jaar openbaar, maar ik kon wel een aanvraag doen via GGZ Delfland. Toestemming hebben zij niet verleend; enkel met een zeer urgente reden maken zij het dossier voor mij beschikbaar. Stamboomonderzoek is dat niet.
Patiënten van het Sint Joris Gasthuis aan de Sint Jorisweg bezig met het schillen van aardappelen, 1904. Fotograaf onbekend. Collectie Sint Joris Gasthuis
Als je stamboomonderzoek doet, moet je nu eenmaal werken met openbaarheidsbeperkingen. Daar ben ik me van bewust en ik vind het logisch. Ik probeerde het via een andere weg: misschien waren er nog doodsbriefjes* beschikbaar van die periode in Delft, die een aanwijzing zouden kunnen geven. Een doodsbriefje kan een waardevolle bron zijn: het is een overlijdensverklaring, opgemaakt door een arts, waarin onder andere gegevens over het geslacht, de leeftijd, burgerlijke staat, beroep en de doodsoorzaak werden opgenomen. De briefjes van Delft bleken niet (meer) te bestaan.
*Bekijk hier een overzicht van archiefbronnen over doodsoorzaken per gemeente.
Op naar het volgende lijntje! In mijn moeders tak kwam ik de eerste niet-Nederlands klinkende familienaam tegen: Weissenthuivel. Dat moet wel Duits zijn, dacht ik. Helaas kon ik via de reguliere weg op WieWasWie niets vinden over mevrouw Weissenthuivel. Geen geboorte-, huwelijks- of overlijdensakte, enkel een verwijzing in de huwelijksakte van haar dochter. Toen ik zocht naar de achtergrond van deze familienaam, vond ik alleen betekenissen van de familienaam ‘Wiesenthal’. Het lijkt alsof mijn voormoeder de enige persoon was die zo heette. Zag ik iets over het hoofd?
Prent van gebouwen van het Sint Joris Gasthuis aan de Sint Jorisweg, ca. 1935. Uitgever Dr. Trenkler Co., Leipzig
Als alle opvallende zaken nergens toe lijken te leiden, wat doe je dan? ‘Huilen’ zei mijn collega Nona grappend. Nona is een van de collega’s van het CBG die het meest actief bezig is met het onderzoeken van haar familiegeschiedenis. Als iemand weet hoe de genealogische dip voelt, dan is zij het wel. Ze kwam al gauw met alternatieven: ‘Huilen is niet nodig, er is altijd meer te vinden! Loop opnieuw je stamboom na: waar vallen de gaten? Zoom in op een andere tak van de familie, verdiep je in nieuwe vindplaatsen van informatie en doe navraag bij regionale archieven. Oh, en vergeet de broers en zussen niet!’
Aanleg van een park bij het Sint Joris Gasthuis aan de Sint Jorisweg door patiënten, 1934. Fotograaf onbekend. Collectie Sint Joris Gasthuis.
Goed punt, het werd tijd om uit deze dip te komen. Ook een andere collega gaf me een belangrijke tip: je moet altijd zoeken op meerdere naam variaties. Wat suf, dat wist ik wel, maar toch ben ik vergeten om dat te doen. Na wat zoeken kom ik meer te weten over mijn voorouder met de bijzondere familienaam Weissenthuivel. Wat dat is? Dat lees je in de volgende nieuwsbrief!